Ondersteuning thuis

1. Opruimen
2. Schoonmaken
3. De was doen
4. Boodschappen doen
5. Maaltijden verzorgen
6. Ruimtes inrichten
7. Werken volgens zorgplan
8. Aan- en uitkleden van patiënten
9. Toiletgang
10. Uiterlijke verzorging
11. Bewegen en verplaatsen
12. Eten en drinken